Een uitgebreid aanbod aan btw-opleidingen

Delen

Btw-aftrek – factuur met ontbrekende vermeldingen

De Administratie publiceerde een circulaire inzake de uitoefening van de btw-aftrek en facturen met ontbrekende vermeldingen of andere onregelmatigheid (Circulaire 2017/C/64 van 12 oktober 2017). Het toepassingsgebied van deze circulaire is beperkt tot de situatie bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, van het KB nr. 3.

Artikel 45 van het WBTW bepaalt als materiële voorwaarde voor het ontstaan van het recht op aftrek dat de aan de btw-plichtige door een andere als zodanig handelende btw-plichtige geleverde goederen en verleende diensten worden gebruikt voor het verrichten van handelingen die recht op aftrek verlenen. Als formele voorwaarde voor de uitoefening van het recht op aftrek geldt overeenkomstig artikel 3, § 1, 1°, van het KB nr. 3, dat de btw-plichtige in het bezit is van een factuur uitgereikt overeenkomstig artikel 53, § 2, en 53decies, § 2 van het WBTW waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in artikel 5, § 1, van het KB nr. 1 (omzetting van artikel 178, a) van Richtlijn 2006/112/EG).

In verschillende recente arresten heeft het Europees Hof van Justitie benadrukt dat het fundamentele beginsel van btw-neutraliteit eist dat de btw-aftrek wordt toegestaan indien de materiële voorwaarden daartoe zijn vervuld, ook wanneer een btw-plichtige niet voldoet aan bepaalde formele voorwaarden (HvJ 15 september 2016, zaak C-518/14, Senatex GmbH; HvJ 15 september 2016, zaak C-516/14, Barlis; HvJ 1 maart 2012, zaak C-280/10, Trawertyn). Deze rechtspraak bevestigt het ‘substance over form’-principe bij de uitoefening van het recht op aftrek. Indien de belastingdienst over de nodige gegevens beschikt om vast te stellen dat is voldaan aan de materiële voorwaarden, mag hij bijgevolg voor het recht van de btw-plichtige op aftrek van die btw geen nadere voorwaarden stellen die tot gevolg kunnen hebben dat de uitoefening van dat recht wordt verhinderd. Het belang van de bewijswaarde van een conforme factuur wordt dus door het Hof genuanceerd. Er kunnen immers omstandigheden bestaan waarin de gegevens geldig kunnen worden vastgesteld aan de hand van andere middelen dan een factuur. De Administratie mag zich er dus niet toe beperken de factuur zelf te onderzoeken, maar zij moet ook rekening houden met aanvullende informatie die de btw-plichtige verstrekt.

Wanneer de door de btw-plichtige voorgelegde factuur niet conform is en/of onvolledig ten aanzien van bepalingen van het KB nr. 1, zal de Administratie in het concrete geval het recht op aftrek beoordelen:

- op basis van een gecorrigeerde factuur (artikel 53, § 2, derde lid WBTW en artikel 12 KB nr. 1) en/of

- in combinatie met aanvullende bewijskrachtige stukken die ondubbelzinnig betrekking hebben op de factuur (zoals bv. contracten, bestelbonnen, offertes, correspondentie, enz) en die door de btw-plichtige worden voorgelegd, voor zover natuurlijk:

* het bewijs wordt geleverd dat de materiële voorwaarden van het recht op aftrek van artikel 45 van het WBTW zijn voldaan;
* de btw-plichtige zich niet heeft schuldig gemaakt aan fraude, misbruik of wist of had moeten weten dat de handeling waarvoor aanspraak op het recht op aftrek wordt gemaakt onderdeel was van fraude of misbruik.

De hier bedoelde gecorrigeerde facturen en/of aanvullende bewijskrachtige stukken moeten evenwel tijdig aan de Administratie worden voorgelegd, d.w.z. vóór de beëindiging van de belastingcontrole.