Circulaire handelsgeschenken e.d.

De Administratie publiceerde een circulaire inzake handelsgeschenken en -monsters, reclameartikelen, geschenken en andere goederen die gratis worden verstrekt (Circulaire 2017/C/32 van 29 mei 2017). De circulaire handelt over het recht op aftrek van btw en het verrichten van eventuele regularisaties naar aanleiding van het kosteloos uitdelen van monsters, van handelsgeschenken van geringe waarde, van reclameartikelen, van gelegenheidsgeschenken voor het personeel, alsook naar aanleiding van het schenken van goederen aan slachtoffers van een ramp of van voedseloverschotten.

Wanneer een btw-plichtige aan zijn bedrijf een goed onttrekt om het gratis te verstrekken dan wordt deze handeling in principe gelijkgesteld met een belastbare levering van een goed bij toepassing van artikel 12, § 1, eerste lid, 2° van het WBTW, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek is ontstaan. De maatstaf van heffing voor deze handeling is de aankoopprijs van het goed of van een soortgelijk goed of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs (Wetboek, artikel 33, § 1, 1°). Het verstrekken van handelsmonsters, handelsgeschenken van geringe waarde of gelegenheidsgeschenken wordt echter niet beoogd door deze bepaling.

Kosteloze uitdeling van monsters

Wanneer een btw-plichtige kosteloos monsters uitdeelt, met een publicitair doel en om de goederen die het bedrijf fabriceert of verkoopt te leren kennen en te leren waarderen, dan is de btw die ter zake van de fabricage of de aankoop van die monsters werd geheven aftrekbaar indien de kosten ervan als bedrijfslasten worden aanvaard voor de heffing van de inkomstenbelastingen. Er is dan geen sprake van herziening van de aftrek, noch van onttrekking, aangezien artikel 12, § 1, eerste lid, 2° van het WBTW uitdrukkelijk de handelsmonsters van de toepassing van die bepaling uitsluit. Het monster moet van dezelfde aard zijn als de goederen die door het bedrijf worden gefabriceerd of verkocht. Vereist is echter niet dat ze op een speciale manier werden geconditioneerd of in een aparte vorm worden aangeboden, noch dat ze de uitdrukkelijke vermelding ‘monster’ dragen. Rekening houdend met de aard van het product en de commerciële context waarin de monsters aangeboden worden, kunnen er aan eenzelfde klant ook meerdere stalen aangeboden worden (HvJ 30 september 2010, zaak C-581/08, EMI Group Ltd.). De btw-plichtige die dergelijke uitdeling doet, moet er uiteraard wel voor zorgen dat hij, ten overstaan van de Administratie, op een of andere manier kan aantonen dat de verdeelde goederen niet geleverd werden in omstandigheden die de btw verschuldigd maken (art. 64, § 1 WBTW). Dit bewijs kan onder meer geleverd worden door voorlegging van een door de klant ondertekend ontvangstbewijs. De btw-plichtige kan echter ook andere bewijsmiddelen voorleggen. Wanneer evenwel geestrijke dranken zoals cognac, whisky, jenever en likeuren (wijn, champagne, aperitief op basis van wijn en champagne niet inbegrepen) gratis worden uitgedeeld als monster of gratis worden aangeboden om te proeven, is, krachtens artikel 45, § 3, 2° van het WBTW, geen btw-aftrek toegelaten.

Handelsgeschenken van geringe waarde

Bedoeld zijn de voorwerpen die in beroepsrelaties worden gegeven en waarvan de kostprijs door de bedrijven als algemene onkosten wordt geboekt (zoals eindejaarsgeschenken, giften in natura). Deze voorwerpen verschillen van handelsmonsters doordat ze niet van dezelfde aard zijn als de goederen die het bedrijf doorgaans verkoopt. Ze worden dan ook niet uitgedeeld met de bedoeling ze te leren kennen of waarderen. Een goed worden aangemerkt als een handelsgeschenk van geringe waarde wanneer het beantwoordt aan volgende voorwaarden:

- het geschenk wordt in beroepsrelaties gegeven

- het geschenk is geen goed bedoeld in artikel 45, § 3, 1° of 2° van het WBTW

- de aankoopprijs, of bij gebreke daarvan, de normale waarde, voor het geschenk dat aan een beroepsrelatie wordt geschonken is lager dan 50 EUR, exclusief btw

- het geschenk is geen reclameartikel (zie verder).

Zijn die voorwaarden vervuld, dan aanvaardt de Administratie dat de aftrek van de btw welke van die voorwerpen, of van de elementen waaruit ze zijn samengesteld, werd geheven, mag worden toegepast zonder dat er bij de uitdeling ervan van herziening van de aftrek of van onttrekking sprake is (art. 12, § 1, eerste lid, 2° WBTW). Een voucher voor enkelvoudig gebruik, kan ook worden aangemerkt als een handelsgeschenk van geringe waarde wanneer de voucher beantwoordt aan deze voorwaarden. Onder ‘voucher voor enkelvoudig gebruik‘ wordt verstaan, een voucher die aan zijn bezitter het recht verleent een levering van goederen (bv. een boek naar keuze) of een dienst (bv. toegang tot een welness) te genieten waarvan de plaats van de levering en het toepasselijk btw-tarief gekend zijn op het moment van de uitgifte van de bon.

Per beroepsrelatie komt evenwel slechts één handelsgeschenk van geringe waarde per kalenderjaar in aanmerking voor btw-aftrek. Wanneer er in een kalenderjaar aan een beroepsrelatie meerdere geschenken worden verstrekt met een waarde lager dan 50 EUR, exclusief btw, kan de aftrek slechts worden toegepast voor één van die handelsgeschenken.

Bereikt de waarde van dergelijke voorwerpen de aangeduide grens, of overschrijdt ze die, dan mag sowieso geen aftrek plaatsvinden. Werd de btw toch reeds afgetrokken bij de verkrijging van die goederen, dan moet bij de uitdeling ervan die aftrek niet worden herzien, maar is de onttrekking met het oog op de afgifte als geschenk zelf een handeling die met een belastbare levering wordt gelijkgesteld (art. 12, § 1, eerste lid, 2° WBTW).

Er wordt geen aftrek toegestaan van de btw die de btw-plichtige betaalt bij de aankoop van goederen en diensten met het oog op het kosteloos verlenen van diensten, zelfs niet wanneer de waarde van deze prestatie geen 50 EUR, exclusief btw, bereikt. Een voucher voor enkelvoudig gebruik die betrekking heeft op een dienst komt echter wel in aanmerking als handelsgeschenk als de waarde ervan lager is dan 50 EUR, exclusief btw (bv. voucher ter waarde van 40 EUR, goed voor een luchtdoop).

Reclameartikelen

Naar analogie van de regeling inzake directe belastingen, is de btw die bij de aankoop van reclameartikelen werd geheven, aftrekbaar indien het voorwerpen betreft die cumulatief aan volgende drie voorwaarden voldoen:

- bestemd zijn voor zeer grote verspreiding en niet voorbehouden zijn aan een beperkte categorie klanten of zakenrelaties

- een geringe waarde hebben voor wie ze ontvangt

- opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen.

Bedoeld worden: kogelpennen, agenda’s, kalenders, sleutelhangers, … . Relatiegeschenken in de vorm van verbruiksgoederen (bv. wijn, champagne, chocolade, …) voldoen niet aan het criterium ‘opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen’. Het gaat dan ook om handelsgeschenken van geringe waarde waarvan de btw-aftrek aan andere voorwaarden is onderworpen (zie hoger).

Gelegenheidsgeschenken voor het personeel of voor hun kinderen

Wanneer een btw-plichtige aan bepaalde personeelsleden of aan kinderen van personeelsleden naar aanleiding van een bepaalde gelegenheid geschenken overhandigt, gaat het, in de regel, om sociale voordelen die een privatief karakter hebben. De btw die werd geheven van de goederen die worden aangewend om deze privatieve voordelen te verstrekken is niet aftrekbaar als hun bestemming vooraf is bekend. In de gevallen echter waarin het onmogelijk is met zekerheid de bestemming te voorzien of deze voor elk voorwerp afzonderlijk te bepalen, of nog de omvang ervan juist vast te stellen, is de btw-aftrek toegestaan doch is de latere onttrekking aan de btw onderworpen, zoals bepaald in artikel 12, § 1, eerste lid, 1° en 2° van het WBTW. De Administratie aanvaardt dat bepaalde geschenken die worden uitgedeeld aan personeelsleden of aan hun kinderen worden ingedeeld bij de collectieve voordelen waarvan de verstrekking geen aanleiding geeft tot een herziening van de aftrek of tot een onttrekking onder volgende voorwaarden:

- het geschenk wordt uitgedeeld aan al de kinderen van de personeelsleden die beantwoorden aan een vooraf opgelegde leeftijdsvoorwaarde of, indien het om geschenken aan personeelsleden gaat, worden deze geschenken aan alle personeelsleden uitgedeeld

- de inkoopprijs, of bij gebreke daarvan, de normale waarde, van het geschenk dat aan een personeelslid of aan een kind van een personeelslid wordt overgedragen is lager dan 50 EUR, exclusief btw

- de uitgedeelde geschenken zijn geen goederen als bedoeld in artikel 45, § 3, 1° en 2°, van het WBTW.

Per begunstigde (personeelslid, kind van een personeelslid) komt evenwel slechts één gelegenheidsgeschenk per kalenderjaar in aanmerking voor btw-aftrek ongeacht het tijdstip of de aanleiding. Wanneer er in een kalenderjaar aan een personeelslid of aan een kind van een personeelslid meerdere geschenken worden verstrekt met een waarde lager dan 50 EUR, exclusief btw, kan de btw-aftrek slechts worden toegepast voor één van die geschenken. Een voucher voor enkelvoudig gebruik, kan ook worden aangemerkt als een gelegenheidsgeschenk voor het personeel wanneer de voucher beantwoordt aan deze voorwaarden. Onder ‘voucher voor enkelvoudig gebruik’ wordt verstaan, een voucher die aan zijn bezitter het recht verleent een levering van goederen (bv. een vulpen) of een dienst (bv. een toegangsticket voor een bioscoop) te genieten waarvan de plaats van de levering of de dienst en het toepasselijk btw-tarief gekend zijn op het moment van de uitgifte van de bon. De beslissingen van 20 februari 1981, nr. E.T. 36.857 en van 4 januari 1983, nr. E.T. 44.335 worden opgeheven.

Goederen geschonken aan slachtoffers van een ramp

Wanneer een btw-plichtige goederen die normaal bestemd zijn voor de verkoop, in uitzonderlijke omstandigheden wegschenkt aan slachtoffers van een ramp, geeft het schenken geen aanleiding tot herziening van de btw-aftrek noch tot een onttrekking als bedoeld in artikel 12, § 1, 2° van het WBTW ongeacht de waarde van de goederen. De beslissing van 29 januari 1976, nr. E.T. 22.421 wordt opgeheven.

Schenken van voedseloverschotten

Wat het schenken van voedseloverschotten betreft, wordt verwezen naar de beslissingen van 31 juli 2013, nr. E.T. 124.417 (schenkingen aan de erkende voedselbanken) en van 21 mei 2015, nr. E.T. 127.958 (schenkingen aan een lokaal bestuur of aan een door een lokaal bestuur erkende caritatieve instelling).

Erkend opleider

Een uitgebreid aanbod aan btw-opleidingen

Delen