Een uitgebreid aanbod aan btw-opleidingen

Delen

Diverse wijzigingen WBTW o.a. eigen werk

De wet van 29 november 2017 tot wijziging van het WBTW bevat diverse wijzigingen (BS. 6 december 2017). Het gaat om volgende aanpassingen:

- artikel 17, § 1, vierde lid en artikel 22bis, § 1, vierde lid WBTW: deze artikelen moeten worden toegepast in alle situaties waarin de btw-plichtige ertoe gehouden is een factuur uit te reiken voor de handelingen die hij verricht, en dus ook in de situatie waarbij handelingen worden verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privégebruik en waarvoor de btw-plichtige gehouden is een factuur uit te reiken krachtens artikel 53, § 2, vijfde lid, van het WBTW en artikel 1 van het KB nr. 1;

- artikel 19, § 2 WBTW: voert een btw-plichtige zelf werken uit aan een gebouw dat hij beroepsmatig gebruikt, dan is dat een gelijkgestelde dienst waarop hij btw moet aanrekenen over de normale waarde, d.i. de prijs die hij normaal zou moeten betalen als hij die werken had laten uitvoeren door een andere btw-plichtige. Daarvoor moet hij een aantal formaliteiten naleven: een stuk opmaken, dat opnemen in de boekhouding en zijn btw-aangifte, enz. Voortaan is bepaald dat die btw niet moet worden voldaan en dat die formaliteiten dus niet moeten worden nageleefd als hij de btw op die werken ook volledig in aftrek kan brengen.

Dat neemt niet weg dat het betrokken gebouw wel degelijk nog steeds een bedrijfsmiddel blijft. Derhalve zal de btw die volledig in aftrek werd gebracht over de uitgaven die werden verricht om het gebouw op te richten (meer bepaald de aankoop van materialen) moeten worden beschouwd als btw geheven van bedrijfsmiddelen die onderworpen is aan herziening gedurende een termijn van 15 jaar. Dienovereenkomstig zullen deze gegevens ter opvolging van mogelijke herzieningen in de tabel van bedrijfsmiddelen moeten worden opgenomen.

Er werd tevens van de gelegenheid gebruik gemaakt om de gelijkstelling met betrekking tot herstellings-, onderhouds- en reinigingswerk volledig uit te sluiten, waarmee de bestaande administratieve praktijk wettelijk wordt verankerd;

- artikel 23, § 4 WBTW: artikel 256 van het douanewetboek van de Unie omschrijft de nieuwe douaneregeling actieve veredeling (sinds 1 mei 2016). Daarin is het huidige stelsel van actieve veredeling met toepassing van het schorsingssysteem ondergebracht, maar niet langer het stelsel van actieve veredeling met terugbetaling dat inzake douane ophoudt te bestaan. Bovendien is in genoemd artikel 256, onder de noemer actieve veredeling, de vroegere opschortende douaneregeling “behandeling onder douanetoezicht” opgenomen. Bijgevolg dekt de btw-regeling actieve veredeling voortaan zowel gevallen van invoeren onder het schorsingssysteem als van invoeren onder het systeem behandeling onder douanetoezicht;

- artikel 42, § 1, eerste lid, 1° WBTW: om de gehanteerde terminologie in overeenstemming te brengen met de terminologie van de btw-richtlijn, wordt voortaan niet meer verwezen naar “zeeschepen” maar naar “schepen voor de vaart op volle zee”. De btw-vrijstelling voor de levering van zeeschepen kan voortaan alleen maar worden toegepast als de schepen ook effectief gebruikt worden voor de vaart op volle zee. De objectieve materiële kenmerken van het schip zijn dus niet voldoende om de vrijstelling te genieten; enkel het werkelijk gebruik op volle zee is doorslaggevend. Het concept “volle zee” heeft daarbij, overeenkomstig de richtsnoeren van het 103de Btw-comité, betrekking op elk gedeelte van de zee buiten de territoriale wateren van een land dat zich verder bevindt dan ten hoogste 12 zeemijlen te rekenen vanaf basislijnen die bepaald zijn in overeenstemming met het internationaal recht van de zee (Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982). De huidige tekst omvat momenteel enkel een algemene verwijzing naar de visserij zonder specifieke bijkomende verwijzing naar de schepen voor kustvisserij zoals in de btw-richtlijn. Om de conformiteit van de tekst met de btw-richtlijn te verzekeren, worden de schepen voor de kustvisserij afzonderlijk vermeld;

- artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2° WBTW, artikel 39bis, eerste lid, 3° WBTW, artikel 39quater, § 2, 1° WBTW: correcte verwijzing naar de accijnsrichtlijn;

- artikel 44, § 2bis, derde lid WBTW: verduidelijking dat het vanzelfsprekend is dat een zelfstandige groepering van personen slechts de hoedanigheid van belastingplichtige kan hebben. De leden van deze groepering kunnen daarentegen niet-belastingplichtige zijn;

- artikel 53octies, § 2 WBTW: een bepaling inzake administratieve vereenvoudiging waardoor voortaan de mogelijkheid bestaat om bij KB te voorzien dat de formulieren tot aanvang, wijziging en stopzetting van de btw-activiteit langs elektronische weg kunnen worden ingediend.

 

Inwerkingtreding: 16 december 2017.