Een uitgebreid aanbod aan btw-opleidingen

Delen

Nieuw KB nr. 59 – onttrekking handelsgeschenken, voedingsmiddelen en niet-voedingsmiddelen

Het KB nr. 59 van 18 mei 2020 (BS. 25 mei 2020) vervangt het bestaande KB nr. 59.

De bepalingen inzake de onttrekking van goederen om te verstrekken als handelsgeschenk van geringe waarde blijven ongewijzigd t.o.v. het vorige KB nr. 59.

Verder bevat het nieuwe KB nr. 59 zoals voorheen de toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten van de regel van de niet-gelijkstelling met een levering onder bezwarende titel, van voedselschenkingen voor liefdadigheidsdoeleinden. Een toevoeging wordt gedaan voor de schenking van niet-voedingsmiddelen.

De kenmerken waaraan niet-voedingsmiddelen moeten voldoen om voor deze regeling in aanmerking te komen, zijn de volgende.

In de eerste plaats moet het gaan om goederen voor levensnoodzakelijke behoeften, namelijk goederen die de levenskwaliteit van mensen die in armoede leven daadwerkelijk kunnen verbeteren. Hier worden de goederen bedoeld die onmisbaar zijn in het dagelijks leven van de betrokken personen en die hen in staat stellen een menswaardig bestaan te leiden. Worden aldus bv. bedoeld:

- basishygiëneproducten (zepen, shampoos, tandpasta en tandenborstels), basisschoonheids- en verzorgingsproducten (reinigingscrèmes, scheerapparaten en scheerschuim) en producten voor baby’s en jonge kinderen (luiers, aangepaste zepen);
– medische basisproducten voor huishoudelijk gebruik, zoals aspirine, verband en ontsmettingsmiddelen;
– huishoudelijke schoonmaakmiddelen (vloerreinigers, wasmiddelen, toiletpapier, papieren zakdoeken);
– school- en kantooruitrusting (schooltassen, potloden, pennen), spelletjes en speelgoed met een beperkte levensduur;
– gewoon keukengerei (servies, alledaagse potten en pannen);
– kleding, schoenen en huishoudlinnen.
Producten die als niet noodzakelijk worden beschouwd alsook luxeproducten worden daarentegen niet bedoeld. In casu is het btw-tarief dat normaal op de levering van deze goederen van toepassing is, geen relevant onderscheidingscriterium. De bedoelde goederen worden niet bepaald in functie van het toepasselijke btw-tarief maar wel in functie van hun nut en noodzakelijkheid in het kader van een menswaardig leven dat minimale comfortgaranties inhoudt.

De tweede voorwaarde m.b.t. de goederen betreft het feit dat hun wederverkoopwaarde aanzienlijk afneemt vanaf hun eerste gebruik. Goederen die de kenmerken van een bedrijfsmiddel hebben, zoals voertuigen, tuingereedschap of huishoudelijke apparaten, zijn derhalve uitgesloten.

De derde voorwaarde m.b.t. de goederen betreft het feit dat zij niet meer tegen de normale commercialisatievoorwaarden kunnen worden verkocht, overeenkomstig de normen die voor de betrokken btw-plichtige gelden.

Een nieuwigheid betreft de toevoeging van door de minister van Financiën of zijn gemachtigde erkende verdeelplatformen als begunstigden van de schenking van voedingsmiddelen en niet-voedingsmiddelen. Soms schenken btw-plichtigen goederen van hun onderneming door bemiddeling van dergelijke platformen die die goederen in ontvangst nemen, opslaan en vervolgens verdelen aan overheidsinstanties of caritatieve organisaties, waarbij laatstgenoemden worden gelast om de goederen te verstrekken aan de behoeftige personen. Dergelijke platformen kunnen zowel door een overheidsinstantie opgericht zijn als uitgaan van een privé-initiatief. Ze beschikken in principe over de logistieke en menselijke middelen om grotere hoeveelheden goederen bij schenkers op te halen, te vervoeren en op te slaan.

In dergelijke langere verdeelkettingen is het noodzakelijk om de goederenstroom te kunnen volgen en concurrentieverstoring te voorkomen. Bijgevolg worden in het nieuwe KB nr. 59 de modaliteiten en voorwaarden bepaald die de verdeelplatformen moeten naleven om te kunnen worden beschouwd als begunstigden van schenkingen van voedingsmiddelen en niet-voedingsmiddelen voor de toepassing van uitzondering op de belastbaarheid van de onttrekking van goederen.

Het verdeelplatform is gehouden een overeenkomst te sluiten, zowel met de btw-plichtige die hem de goederen schenkt, als met de verdere begunstigden (bv. lokale overheden, erkende caritatieve organisaties) die zullen instaan voor de verdere verdeling naar de behoeftige personen. Het verdeelplatform zal ook een register moeten houden van aan het platform geleverde goederen en door het platform verdeelde goederen.

Wordt in deze regeling beschouwd als een verdeelplatform, elke organisatie die:

1° materiële voedings- of niet-voedingshulp ontvangen van btw-plichtigen verdeelt aan de in de bedoelde begunstigden in het kader van activiteiten die rechtstreeks verband houden met liefdadigheidsdoeleinden ten voordele van behoeftige personen;
2° uitsluitend activiteiten uitoefent die rechtstreeks verband houden met liefdadigheidsdoeleinden;
3° geen winstoogmerk nastreeft.

Een verdeelplatform kan worden erkend wanneer het beantwoordt aan de volgende voorwaarden:

1° het beschikt over voldoende logistieke middelen voor de inzameling, de opslag en de effectieve verdeling van voedings- en niet-voedingsmiddelen ten voordele van de bedoelde begunstigden;
2° het verbindt er zich toe de ontvangen goederen niet voor commerciële doeleinden te gebruiken en deze goederen uitsluitend te verdelen ten voordele van de bedoelde begunstigden;
3° het verbindt er zich toe geen tegenprestatie te eisen bij de verdeling van die goederen, met uitzondering van een eventuele financiële bijdrage die niet hoger is dan de uitgaven die rechtstreeks verband houden met die verdeling.

De lijst van de erkende verdeelplatforms wordt gepubliceerd op de website van de AAFisc. De minister van Financiën of zijn gemachtigde bepalen de manier waarop de erkenning moet worden aangevraagd en vernieuwd, de voor te leggen verantwoordingsstukken en de datum waarop de erkenning uitwerking heeft.

Inwerkingtreding: 1 juli 2020.