Een uitgebreid aanbod aan btw-opleidingen

Delen

Vervoersdiensten die rechtstreeks verband houden met een uitvoer van goederen

De Administratie publiceerde een circulaire inzake de btw-vrijstelling voor Vervoersdiensten die rechtstreeks verband houden met een uitvoer van goederen   (Circulaire 2021/C/96 van 27 oktober 2021, www.fisconet.be).

Uit het arrest ‘L.C.’ IK (HvJ 29 juni 2017, zaak C-288/16) volgt dat de btw-vrijstelling voor vervoerdiensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen, voorzien in artikel 41, § 1, eerste lid, 3° WBTW, slechts van toepassing kan zijn in de verhouding tussen enerzijds de dienstverrichter en anderzijds de afzender of de ontvanger van de uit te voeren goederen. De twee laatstgenoemde personen betreffen onder meer:

- de verkoper of de koper van de uit te voeren goederen;

- de eigenaar, de huurder of de ontlener van de uit te voeren goederen;

- de maakloonwerker die goederen uitvoert buiten de Europese Unie om ze een herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing te laten ondergaan;

- de persoon die goederen wederuitvoert buiten de Europese Unie, welke hij op zicht, op proef of in consignatie had ontvangen;

- de persoon die goederen wederuitvoert buiten de Europese Unie, nadat ze door hem zijn hersteld, bewerkt, verwerkt of aangepast.

Indien de dienstverrichter een beroep doet op een onderaannemer voor het verrichten van de goederenvervoerdienst, kan de dienst verricht door de onderaannemer niet van de btw worden vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, eerste lid, 3° WBTW.

Teneinde de betrokken btw-plichtigen toe te laten zich te conformeren aan bovenstaande beperking van het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voorzien in artikel 41, § 1, eerste lid, 3° WBTW voor wat betreft goederenvervoerdiensten, is het administratieve standpunt van toepassing vanaf 1 januari 2022, maar evenwel uitgesteld tot 1 april 2022 (Circulaire 2021/C/101 van 22 november 2021).