Een uitgebreid aanbod aan btw-opleidingen

Delen

Wetsontwerp tot wijziging btw-vrijstelling medische verzorging

Een wetsontwerp van 25 juni 2020 voorziet in het wijziging van het WBTW m.b.t. de btw-vrijstellingen inzake medische verzorging.

Het wetsontwerp wijzigt artikel 44, §§ 1 en 2 van het WBTW en vloeit voort uit het arrest nr. 194/2019 van het Grondwettelijk Hof van 5 december 2019. De aanpassing van deze bepalingen ingevolge dit arrest heeft tot gevolg dat ze tegelijk ook in overeenstemming worden gebracht met de vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie inzake de vrijstelling voor medische verzorging opgenomen in artikel 132, lid 1, b) (medische verzorging in het ziekenhuis) en c) (medische verzorging buiten het ziekenhuis) van de Richtlijn 2006/112/EG, die in ruime mate mee de juridische grondslag heeft gevormd van het voormelde arrest van het Grondwettelijk Hof. Deze noodzakelijke hervorming van de btw-vrijstelling voor medische verzorging in of buiten het ziekenhuis heeft gevolgen voor de twee basisvoorwaarden voor die btw-vrijstelling: enerzijds het materiële toepassingsgebied (de aard van de verstrekte diensten) en anderzijds het personele toepassingsgebied (de hoedanigheid van de dienstverstrekkers). Beide voorwaarden worden namelijk beïnvloed door het vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof.

Het wetsontwerp veralgemeent de niet-toepasselijkheid van de btw-vrijstelling tot alle niet-therapeutische handelingen. Alle ingrepen en behandelingen die esthetisch van aard zullen niet langer vrijgesteld op grond van artikel 44, § 1, nieuw, van het WBTW, wat ook de omstandigheden zijn waarin ze worden verricht. De hoedanigheid van de dienstverrichter – arts of niet – is dus van geen belang, net zomin als het feit of ze al dan niet opgenomen zijn op de lijst van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering dan wel of ze al dan niet beantwoorden aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor tegemoetkoming overeenkomstig de reglementering betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Die regel is trouwens van toepassing ongeacht de plaats waar deze handelingen worden verricht, en dus ook als die diensten in het kader van een ziekenhuisopname worden verricht (art. 44, § 2, 1°, a), nieuw, WBTW).

Inzake het personele toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor medische verzorging die buiten ziekenhuizen worden verstrekt, laat de Richtlijn 2006/112/EG de EU-lidstaten de mogelijkheid te omschrijven door welke medische of paramedische beroepen die diensten moeten worden verstrekt om voor de vrijstelling in aanmerking te komen. Volgens de vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie mogen de EU-lidstaten daarbij evenwel in essentie niet verder gaan dan nodig om te verzekeren dat het kwaliteitsniveau van de diensten die door de betrokken beroepsbeoefenaars wordt aangeboden voldoende hoog is met het oog op de bescherming van de volksgezondheid. Op dit punt breidt het wetsontwerp de bestaande btw-vrijstelling aldus uit, in de mate dat de btw-vrijstelling niet langer meer exclusief wordt voorbehouden aan de beoefenaars van gereglementeerde medische of paramedische beroepen maar dat ook de beroepsbeoefenaars die door een adequate opleiding geacht kunnen worden een equivalent kwaliteitsniveau te bereiken zich zullen kunnen beroepen op de btw-vrijstelling (bv. chiropractors en osteopaten). Inzake het personele toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor medische verzorging die in de ziekenhuizen worden verstrekt, dat in het vermelde arrest van het Grondwettelijk Hof niet wordt bekritiseerd, brengt het wetsontwerp geen enkele wijziging aan.

In artikel 44, § 1, 1°, nieuw, van het WBTW, wordt verwezen naar de beoefenaars van één van de beroepen bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, die het geheel van de categorieën omvatten die opgenomen waren in artikel 44, § 1, 1° tot 3°, van het WBTW. In die wet zijn de volgende beroepen bedoeld:

- de artsen, tandartsen en apothekers;

- de kinesisten;

- de verple(e)g(st)ers;

- de vroedvrouwen;

- de hulpverlener-ambulanciers;

- de klinische psychologen en orthopedagogen;

- de beoefenaars van de paramedische beroepen bedoeld in het KB van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van paramedische beroepen. Het betreft de volgende praktijken en technieken: apothekersassistentie; audiologie; bandage, orthese en prothese; diëtetiek, ergotherapie, medische laboratoriumtechnologie, logopedie; oogzorg, podologie, medische beeldvorming; vervoer van patiënten (met uitsluiting van het dringende personenvervoer na een oproep via het eenvormig oproepstelsel), mond- en tandzorg.

Verder bevat artikel 44, § 1, 2°, nieuw, van het WBTW dat de btw-vrijstelling van toepassing is op medische verzorging verstrekt door andere beroepsbeoefenaars dan die hoger bedoeld, wanneer de twee volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn:

- ze zijn houder zijn van een certificaat afgeleverd door een instelling erkend door een bevoegde overheid van het land waar die instelling gevestigd is;

- de Administratie heeft erkend dat ze op basis van dit certificaat over de noodzakelijke kwalificaties beschikken om medische verzorging te verlenen waarvan het kwaliteitsniveau voldoende hoog is om soortgelijk te zijn aan dat aangeboden door de beoefenaars van gereglementeerde medische en paramedische beroepen.

Worden aldus bv. bedoeld de osteopaten en de chiropractors die over een diploma, certificaat of elk ander getuigschrift beschikken dat is afgeleverd door een universiteit, hogeschool of enige andere Belgische of buitenlandse onderwijsinstelling die is erkend door de bevoegde overheid van het land waar die instelling gevestigd is, op grond waarvan kan worden vastgesteld dat die persoon over de noodzakelijke kwalificaties beschikt om kwaliteitsvolle medische verzorging te verstrekken in het kader van de voormelde praktijken.

Tot slot bepaalt artikel 44, § 2, eerste lid, 1°, a), nieuw, van het WBTW dat diensten en leveringen van goederen van de btw-vrijstelling zijn uitgesloten in de volgende gevallen:

- wanneer ze niet onontbeerlijk zijn voor het verrichten van de vrijgestelde handelingen;

- wanneer zij in hoofdzaak ertoe strekken aan de instelling extra opbrengsten te verschaffen door de uitvoering van handelingen die worden verricht in rechtstreekse mededinging met aan de btw onderworpen handelingen van commerciële ondernemingen.

Deze voorwaarden zijn niet cumulatief; de vaststelling van één van de twee voormelde omstandigheden volstaat om de toepassing van de btw-vrijstelling uit te sluiten. Om de btw-vrijstelling te kunnen genieten moeten de nauw met de vrijgestelde medische diensten verbonden leveringen van goederen en diensten met andere woorden onontbeerlijk zijn voor het verrichten van die vrijgestelde diensten én er niet in hoofdzaak toe strekken aan de instelling extra opbrengsten te verschaffen door de uitvoering van handelingen die worden verricht in rechtstreekse mededinging met aan de btw onderworpen handelingen van commerciële ondernemingen. Op grond van die voorwaarden kunnen bv. de volgende handelingen, indien ze niet louter occasioneel worden verricht, niet meer worden vrijgesteld op grond van artikel 44, § 2, 1°, a), nieuw, van het WBTW:

- de terbeschikkingstelling van een televisie of telefoon tegen betaling in de kamer van een patiënt;

- de verkoop van dranken buiten het kader van het verstrekken van maaltijden bij een ziekenhuisverblijf;

- de terbeschikkingstelling van een parkingplaats tegen betaling aan de patiënten, bezoekers of werknemers van het ziekenhuis;

- kappers- of manicurediensten verricht tegen betaling voor patiënten tijdens hun verblijf in het ziekenhuis.

Voorgestelde inwerkingtreding: de eerste dag van de tweede maand na die waarin de wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.